Welkomswoord 'Archieven van politici'
Den Haag
Welkomswoord 'Archieven van politici'
Toespraak Martin Berendse, directeur Nationaal Archief, op de bijeenkomst 'Archieven van Politici', Nieuwspoort, 3 februari 2009.
Meneer de minister, dames en heren,
Op 10 juni 1977 nam het kabinet-Den Uyl een moeilijke beslissing. De door Molukkers gekaapte trein bij het dorpje De Punt zou, na drie weken gijzeling, worden bestormd. In de vroege ochtend van de 11e juni vlogen met veel lawaai straaljagers over de trein en viel er een speciale eenheid binnen. Bij de actie kwamen zes van de negen kapers en twee passagiers om het leven. Uit de notulen van de ministerraad en uit de pers is bekend dat premier Den Uyl de grootste moeite had met deze beslissing. In aantekeningen in zijn persoonlijk archief lezen we: ‘Gewelddadige acties zijn nederlagen voor een democratie. Voel dat ook persoonlijk zo.’
Nauwelijks een maand later moest Den Uyl opnieuw een bittere pil slikken toen hij de Koningin moet berichten dat zijn formatiepoging van een kabinet van PvdA, CDA en D66 mislukt was. De archieven van de formateur en de minister-president geven uitgebreid informatie over deze bijzondere periode, maar we verkeren in de gelukkige omstandigheid dat ook de particuliere archieven van de hoofdrolspelers beschikbaar zijn. Daarin kunnen we lezen dat Van Thijn spreekt van een drama. Wiegel (hartelijk welkom meneer Wiegel) van een precaire situatie met het oog op de bestuurbaarheid van ons land, terwijl Van Agt aantekent ‘nog liever door een glazen deur te lopen’ dan verder te gaan met de PvdA.
De persoonlijke archieven van de leiders van ons land documenteren niet alleen feiten die we uit de ‘officiële’ overheidsarchieven kunnen kennen, maar ook veel persoonlijker oordelen, gevoelens en dispunten met politieke verwanten of opponenten.
Zou dat de enige waarde van de particuliere archieven zijn ?
Die persoonlijke kleuring ?
Ik denk het eigenlijk niet.
Even belangrijk en misschien soms nog wel belangrijker zijn de diepere inzichten die er door kunnen ontstaan over onbekende of ogenschijnlijk onbelangrijke gebeurtenissen, die bepalend kunnen zijn geweest voor wat wij ‘de geschiedenis van ons land’ noemen. Wij bij het Nationaal Archief zijn dan ook niet alleen geïnteresseerd in de leiders van het eerste plan, maar ook in die van de denkers en doeners naast hen. Als ik één ding in mijn eerste jaar als directeur van het Nationaal Archief heb geleerd is het hoe belangrijk de aantekeningen en archieven van mensen als Fock en Van Hamel zijn voor het kennen van de politieke verhoudingen en gebeurtenissen in de jaren ’50.
Jaarlijks worden er ongeveer 150 archiefbestanden van de overheid aan het Nationaal Archief overgedragen: in strekkende meter plankruimte is dat ongeveer 3,5 kilometer. De omvang van de particuliere archieven die we jaarlijks opnemen bedraagt nog geen 10 % daarvan. Ik wil niet beweren dat die verhoudingen in de komende jaren omgedraaid zullen worden (daarvoor produceert onze bureaucratie iets te veel informatie), maar ik kan u wel zeggen dat ik graag extra aandacht wil gaan besteden aan de archieven van private instellingen en personen. Eenvoudigweg omdat ze ons beeld over ons bestuur en onze samenleving verdiepen en verscherpen.
Dames en heren, ik heb enorm respect voor de dienaren van de publieke zaak die niet alleen de moeite nemen om tijdens hun werkzame leven een goed archief bij te houden, maar ook de bereidheid hebben om het –zonder dat enige wettelijke bepaling hen daartoe dwingt- over te dragen aan onze nationale openbare archiefbewaarplaats. En dat respect geldt ook de erfgenamen van die politici. Natuurlijk doe je, als je je eigen persoonlijke archief of dat van je vader of moeder, overdraagt, afstand van een stukje van jezelf. Soms is dat het èchte afscheid van het werkzame leven, waarin ziel en zaligheid is gaan zitten. Maar bovendien, wat zit er allemaal in dat archief? Zouden er nog papieren bij zijn die tot verkeerde gedachten bij de onderzoekers kunnen leiden ? Of zelfs bijzondere geheimen zouden kunnen onthullen ?
Logische vragen, maar wij hebben inmiddels jarenlange ervaring om de antwoorden daarop te geven. Een eerste vereiste is zorgvuldigheid. Het gaat inderdaad om de papieren nalatenschap van iemand die een openbaar leven heeft gehad. Dus is het verstandig eerst goed te inventariseren wat er in het archief zit. Pas als die inventarisatie afgerond is, kunnen we goede afspraken maken over de voorwaarden waarop een archief overgedragen of in bewaring gegeven wordt. Want een archief hoeft niet direct openbaar te worden voor iedereen. De Archiefwet schrijft voor dat overheidsarchieven na twintig jaar overgedragen worden en in dan beginsel openbaar zijn, maar voor particuliere archieven geldt dat niet. Daar geldt de afspraak tussen twee partijen. En als een archiefvormer er prijs op stelt dat hij of zij weet wie bij leven het eigen archief raadpleegt, dan kan dat geregeld worden. Voor het maken van die afspraken nemen wij rustig de tijd. Er zijn oud-politici met wie we vaak al jaren contact hebben over hun archief, voordat daadwerkelijke overdracht plaatsvindt.
Collega Jelle Gaemers, u kent hem als biograaf van de jonge Drees, gaat straks nader in op het tijdvak waarin de archiefvormers die we vandaag eren, leefden en de rol die zij daarin speelden. Zelf wil ik een korte karakterisering van de archieven geven die vanmiddag aan het Nationaal Archief worden overgedragen. Want het ene archief is het andere niet.
De heer Deetman draagt vandaag een omvangrijke en rijk archief over, hoewel zijn carrière nog niet afgesloten is. Naast zijn lidmaatschap van de Raad van State vervult hij nog vele nevenfuncties, waarvan zich ook al stukken in het nu beschreven archief bevinden. We mogen dan ook nog een aanvulling verwachten op een later tijdstip.
In het archief-Van Doorn zien we de geest van de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw weerspiegeld. Hij was voorzitter en Kamerlid van de KVP en ook voorzitter van de KRO (als eerste niet-priester). Maar eind jaren zestig hoorde hij tot de progressieve katholieken die zich afscheidden en de PPR vormden. Hij zat voor die partij in het kabinet-Den Uyl. Van de gepresenteerde archieven is het zijne het geringst in omvang. Hij bewaarde alleen de in zijn ogen belangrijkste stukken.
In het archief-Franssen zien we een volksvertegenwoordiger tegelijkertijd actief op alle niveaus van ons staatsbestel: lid van de gemeenteraad van Nederhorst den Berg, lid van Provinciale Staten van Noord-Holland en lid van de Tweede Kamer. Daarna was hij burgemeester en nu is hij nog steeds Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland. Ik teken aan dat het Nationaal Archief tevens de wettelijke archiefbewaarplaats voor de archieven van ‘zijn’ provincie is.
In het archief-Geertsema treffen we een grote hoeveelheid stukken met betrekking tot zijn vele nevenfuncties. Zie bijvoorbeeld zijn activiteiten op het gebied van de fondsenwerving voor goede doelen, waarover te lezen valt in het laatste nummer van het NA Magazine. Meer op het politieke vlak lag zijn voorzitterschap van het Des Indes-beraad tussen de latere Paarse partijen VVD, PvdA en D66.
Van der Klaauw is in zekere zin de ‘niet-politicus’ onder deze politici. Zijn optreden als minister was een zijstap in een lange loopbaan als diplomaat. Hij was als historicus ook zeer bewust met de vorming van zijn archief bezig. Zo schreef hij vanuit zijn eerste post in Boedapest (1952-1953) uitvoerige brieven aan zijn ouders met het uitdrukkelijke verzoek die te bewaren. Hij hield ook enige tijd dagboeken bij en publiceerde zijn memoires.
Ook Schmelzer was een ‘vastlegger’. Gedurende de jaren 1961-1964 hield hij geregeld een dagboek bij. Op andere momenten maakte hij ook veel aantekeningen van gebeurtenissen en gesprekken, zoals rondom de kabinetscrisis van 1966 – zijn ‘nacht’ – en de daarop volgende formatie. Over hem horen we vanmiddag veel meer.
Witteveen is een financieel-economisch expert, die vanuit een hoogleraarschap de politiek en het landsbestuur inrolde. Van zijn laatste functie bij het Internationaal Monetair Fonds (1973-1978) bewaarde hij veel documenten en foto’s, en ook het onvoltooide manuscript van zijn memoires over die jaren.
Tot zover de archieven die we vandaag overnemen.
Ik rond af met een enkele opmerking over de toekomst van de persoonlijke archieven:
Het politieke métier is ingrijpend veranderd, al was het alleen maar omdat de e-mails en weblogs in de plaats lijken te zijn gekomen van brieven en dagboeken. Wat de toekomst op dit gebied ook moge brengen, ik hoop van harte dat het bij onze leiders niets af doet aan (of eerder bevordert) de wil om vast te leggen en te documenteren voor de toekomst. Mijn stelling is dat een politieke carrière pas echt is afgerond als ‘publieke verantwoording’ is afgelegd en zeg nou zelf: een autobiografie of mémoires schrijven is een stuk zwaarder dan je archief overdragen en dan heb je nog alleen maar je ‘eigen oordeel’. Misschien is er maar één ding wezenlijker voor een modern politicus dan communiceren met zijn kiezers en dat is communiceren met de toekomstige generaties Nederlanders.
En dan tenslotte nog dit: aan het begin van mijn betoog vertelde ik u iets over de archieven-Den Uyl en –Van Agt en ik kon me daarbij gelukkig baseren op de recent over de beide heren verschenen biografieën. Hun persoonlijke archieven zijn wel bewaard, maar niet raadpleegbaar bij het Nationaal Archief, want –zoals u ongetwijfeld weet- er staan nog een paar aardige zuilen in de wereld van de archieven. Ik zie hun belang voor de documentatie van en het onderzoek naar de grote politieke bewegingen van de 20e eeuw, maar naar mijn idee horen de archieven van onze leiders (ik denk bijvoorbeeld aan onze minister-presidenten) eigenlijk in het Nationaal Archief. En, gelet op de samenstelling van dit gezelschap, voeg ik daar graag de ministers van Buitenlandse Zaken aan toe. De tekenen zijn overigens gunstig. Naar aanleiding van de uitnodigingen voor deze bijeenkomst hebben al behoorlijk wat collega’s en oud-collega’s van de overdragende archiefvormers contact met ons gezocht.
Goed voorbeeld doet goed volgen.
Ook daarvoor ben ik u zeer dankbaar.
Daarnaast dank ik graag: de archiefbewerkers (Bureau Voorzee, de CAS Winschoten en onze eigen collega’s bij het Nationaal Archief),
ik dank de organisatoren van de dag en Nieuwspoort voor de samenwerking en de gastvrijheid en wens u een prettige middag.

