Nationaal Archief. Collectie, tentoonstellingen en activiteiten

Niet allemaal tegelijk!


Den Haag

‘Richtsnoer voor het bepalen der vacanties: Laat de drukke vacantieweken voor hen die niet anders kunnen, verminder de drukte, verhoog de ontspanning, bepaal dus uw vacantie voor half Juli of na Augustus, ge hebt minder kans op regen, ge hebt meer zon, ge hebt een betere vacantie en ge draagt bij tot een op vrijwilligheid berustende regeling in het belang van het land en de bevolking.’ Zo probeerde het ‘Bureau Vacantiespreiding’ in 1950 Nederlanders te overtuigen van het nut van vakantiespreiding. Een heikel onderwerp met een lange geschiedenis.

Roep om spreiding

De NS klaagde al in de jaren dertig dat de treinen overvol zaten en vroeg de regering om de vakanties op verschillende tijdstippen te laten beginnen en eindigen. Ook de ANWB en de toeristische sector vonden dat een goed idee. De wegen waren te vol en de recreatiebedrijven konden de drukte niet aan. De regering erkende het probleem maar zag alleen een oplossing in het vrijwillig spreiden van de zomervakantie. In 1940 bracht de ‘Commissie inzake de verspreiding van het vacantieverkeer’ een rapport uit met voorstellen. Noch voor vervroeging, noch voor spreiding bestond bij het onderwijs echter veel animo. Er gebeurde niets.

Nog meer commissies

Tijdens de Tweede Wereldoorlog verschenen rapporten van de ‘Commissie ter bestudering van het vraagstuk der vervroeging der zomervacantie’ en van de ‘Commissie ter bestudering van het vraagstuk van de vacantiespreiding’. De rapporten bevatten uitgebreide analyses van de duur van de vakanties, het weer in juli en augustus waarbij juli als beste vakantiemaand uit de bus komt en een vergelijking met Duitsland waar de scholen in 1942 sluiten van 12 juli tot 6 september. Het zou beter uitkomen als de Nederlandse scholen eerder in juli vakantie kregen. Niet alleen werd de drukte dan minder maar het gaf  verblijfsmogelijkheden voor de Duitsers die nu eenmaal graag naar Nederland kwamen. Dat zelfde argument steekt ook in de jaren zestig de kop op.

En nóg meer commissies, onderzoeken en rapporten

De discussie over vakantiespreiding  gaat decennialang door. Pogingen van de ‘Algemene Commissie voor de Vacantiespreiding’, het ‘Centraal Werkcomité Vacantie’, het ‘Bureau Vakantiespreiding’, de ‘Coördinatiecommissie vakantiespreiding’, het ‘Bureau Vrijetijdsbesteding’ en herhaalde publiekscampagnes zetten te weinig zoden aan de dijk. Het poldermodel heeft op dit terrein gefaald en vanaf 1986 stelt de minister van OCW de zomervakanties voor het onderwijs vast. Maar daarmee is de discussie niet gesloten. Het evaluatierapport van de huidige regeling en een voorstel tot wijziging liggen al weer klaar…

Nationaal Archief

2.14.15 Inventaris van het archief van het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen: Onderafdeling Research en Documentatie, (1944) 1950-1961 (1962), inv.nr. 94
2.22.15 Collectie Drukwerk, inv.nr. 5573
2.14.37 Inventaris van het archief van het Ministerie van Opvoeding, Wetenschap en Cultuurbescherming: Afdeling Kabinet, 1940-1945, inv.nr. 779
2.15.42 Archief van Afdeling Arbeid I, Afdeling Arbeidersbescherming, (1934) 1942-1961 (1964), inv.nr. 79
2.15.45 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Directoraat voor Algemene Beleidsaangelegenheden (1921) 1964-1979, inv.nr. 786-793 
 




Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in