gahetNA in het Nationaal Archief

Engelse invasie in 1809: De waarschuwing hielp niet, het lot wel


Den Haag

“Ik haastte mij uwe Excellentie per expres te rapporteren, dat heden namiddag ten 3 uren (…) een vloot van 104 vijandelijke schepen (…) in het gezigt is, en ten anker komt.” Het waren de Engelsen, vast van plan de hegemonie van Napoleon Bonaparte op het Europese vaste land te doorbreken. De invasie begon ’s middags op 29 juli 1809 in Zeeland voor de kust van Domburg. Op 26 december wordt herdacht dat het 200 jaar geleden is dat de Engelsen zich na vijf maanden moesten terugtrekken. Met achterlating van 4000 van hun soldaten, slachtoffers van de “Walcheren fever”.

 “Het zal niet lang meer duren….”

Napoleon Bonaparte had de invasie zien aankomen en zijn broer Lodewijk, koning in Holland, gewaarschuwd. In april al schreef hij; “Roep mannen op. (..) Reeds lang houd ik niet op U dat te zeggen.” Napoleon vond dat hij “op zijn minst 20.000 man paraat onder de wapenen moest brengen”. Zoveel manschappen waren er op dat moment waarschijnlijk niet eens. De meesten zaten in Duitsland en Spanje. De minister van oorlog, baron Cornelis Kraijenhoff, is daarom genoodzaakt in korte tijd tal van maatregelen te treffen om de verdediging op gang te brengen, zo blijkt uit de stukken in het Nationaal Archief.

Zonder de minste vertraging

De troepen van de kampen uit Naarden en Haarlem moeten halsoverkop naar Zeeland marcheren. In Bergen op Zoom komt een Garnizoens Hospitaal en een kamp voor 6000 man met een voorraad voor twee maanden. Het mobile geschut uit Delft en de munitie uit de verschillende depots der artillerie; het wordt allemaal richting Zeeland gestuurd. Minister Kraijenhoff lijkt werkelijk aan alles gedacht te hebben. Zelfs aan de inwendige mens: de mannen hebben recht op “één ration genever per dag”.

Het lot helpt

Al deze maatregelen ten spijt, ze weerhielden de Engelsen er niet van Vlissingen te bombarderen. Met als doel Walcheren blijvend te bezetten om de Westerschelde te kunnen bewaken. Zo konden de Fransen in ieder geval niet via die weg Engeland binnenvallen. De Engelsen hadden geen halve maatregelen getroffen. De invasievloot bestond uit 150 oorlogsvaartuigen, circa 150 transportschepen, 38.000 man en 144 stukken belegeringsgeschut. Uiteindelijk was het vooral ‘het lot’ dat het Koninkrijk een handje hielp; de ‘Zeeuwse koorts’ brak uit onder de Engelse soldaten. Deze vorm van malaria eiste duizenden slachtoffers die anoniem in massagraven op Walcheren achter bleven.

Bronnen

Nationaal Archief: Collectie Kraijenhoff, Toegang 2.21.102, inv.nr. 34
www.veere1809.nl 

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in