gahetNA in the National Archives

AOW: ‘Een heerlijk lichtpunt in den donkeren levensavond’


Den Haag

Na ruim 50 jaar blijkt de AOW te duur geworden. Vergrijzing, verbetering van de levensverwachting maken dat er steeds meer mensen, steeds langer recht hebben op AOW. Een van de mogelijkheden om de kosten beheersbaar te houden is de AOW leeftijd te verhogen. Deze maatregel beheerst het politiek debat in het najaar van 2009.

Discussie over leeftijd

In 1947 werd de eerste voorziening voor ouderen getroffen; de noodwet ouderdomsvoorziening van minister Drees van sociale zaken. Toentertijd leidde de leeftijd waarop Drees’ noodvoorziening in zou gaan, nauwelijks tot discussie. Ook niet in de Tweede Kamer. In de Memorie van Toelichting wordt de leeftijd als volgt geïntroduceerd: ‘In overeenstemming met de gangbare opvatting omtrent den leeftijd waarop ouderdomspensioen behoort in te gaan, hebben de ondergeteekenden gemeend de in het ontwerp van wet geregelde ouderdomsuitkering te moeten verstrekken bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd.'

Nooit meer oud en arm

De discussie ging veeleer over de hoogte van de uitkering en de berekening ervan. Ook de positie van gescheiden of alleenstaande vrouwen was onderwerp van gesprek. Maar het belangrijkste was dat na aanvaarding van de noodwet door de Tweede Kamer 'de ongelukkige woordcombinatie "oud en arm" zou verdwijnen', althans die hoop sprak de Kamervoorzitter uit in zijn felicitatie aan het parlement nadat die de noodvoorziening had goedgekeurd.

Lichtpunt in den levensavond

Meneer Aarnoudse uit Rijswijk deelde die hoop. Begin van dat jaar 1947 had hij minister Drees nog een hart onder de riem gestoken in een brief: ‘Hopende dit door alle instantiën gunstig moge worden behandeld, en spoedig verwezenlijkt. Dat zou een heerlijk lichtpunt wezen in den donkeren levensavond van behoeftige ouderen.’

Vader der Ouden van Dagen

De noodregeling maakte minister Drees van Sociale Zaken zeer populair. Op 8 april 1947 kreeg hij bezoek van bestuursleden van de Algemene Bond van Ouden van Dagen. Zij verzochten hem beleefd mede namens alle Ouden van Dagen, bedoeld in de Noodvoorzieningswet van 1947, de benoeming te willen aanvaarden van ‘Vader der Ouden van Dagen’. Naast deze eretitel kreeg Drees ook een vulpen van het bestuur met de wens dat ‘het hem gegeven mocht zijn met deze pen nog vele sociale wetten te ondertekenen’. De basis van de verzorgingstaat was gelegd.

Nationaal Archief

2.21.286 Inventaris van het archief van W. Drees [levensjaren 1886-1988] en enkele familieleden, (1853) 1900-2000 (2002), inv.nrs. 657, 658 
 

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in