gahetNA in het Nationaal Archief

Tenerife


Den Haag

Op 27 maart 1977 botsten een Nederlandse en een Amerikaanse Boeing 747 op elkaar. Dertig jaar later is een herdenkingsmonument op het vliegveld Los Rodeos van Tenerife onthuld ter nagedachtenis aan de 583 slachtoffers. In het Nationaal Archief ligt het onderzoeksdossier van de Rijksluchtvaartdienst (RLD) over de grootste vliegramp in de luchtvaartgeschiedenis.

De ramp

In het archief zijn niet alleen de uitgebreide onderzoeksrapporten maar is ook het een en ander aan correspondentie over de ramp terug te vinden. Zo doet de Nederlandse ambassadeur, Mr. J. H. O. Insinger, op 4 april 1977 verslag van het drama en meldt hij de minister van Buitenlandse Zaken, Mr. M. van der Stoel, dat er grote belangen op het spel staan; voor het Spaanse toerisme, voor de KLM en voor PanAm. Verder schrijft hij dat een medewerker van de RLD vóór afsluiting van het onderzoek de veronderstelling had uitgesproken dat de fout bij de Nederlandse piloot zou hebben gelegen. Andere RLDmedewerkers legden de fout bij PanAm. Spanje verklaarde onmiddellijk dat het personeel van de verkeerstoren geen blaam trof. Volgens de ambassadeur zou het beter zijn ‘uit te gaan van een multiple verantwoordelijkheid, (…) dan kon zonder gezichtsverlies (…) de schade door de betrokken assuradeurs gezamenlijk worden gedragen. Daarvoor is evenwel nodig dat niet gelijkhebberij doch wil tot overeenstemming overheerst.’

Onderzoeken

De Nederlandse, Spaanse en Amerikaanse onderzoeksrapporten bevatten onder meer informatie over de bemanning, onderhoud van de vliegtuigen, verklaringen, transcripties van de zwarte dozen, tekeningen, foto’s van de wrakstukken en conclusies. Zowel de Amerikaanse als de Spaanse onderzoekers wezen de KLM-bemanning aan als hoofdschuldige. Volgens de Nederlanders was er evenwel sprake van een ongelukkige samenloop van omstandigheden: mist, drukte, en miscommunicatie tussen toren en bemanningen waardoor het KLMtoestel te vroeg startte en het PanAmtoestel te ver doortaxiede met een onvermijdelijke clash als gevolg. Hoe het ook zij, uiteindelijk nam de KLM 70% en PanAm 30% van de schuld op zich. Daarmee krijgen de overlevenden en nabestaanden iets van genoegdoening maar niet hun leven van voor de ramp terug.

Nationaal Archief

Directoraat-Generaal van de Rijksluchtvaartdienst, toegang 5.016.5240, inv.nrs. 5229, 7260, 12602, 12603 

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in