gahetNA in het Nationaal Archief

Zomertijd


Den Haag

Voor de meeste Nederlanders de gewoonste zaak van de wereld, de klok gaat in maart een uur vooruit en in oktober weer een uur terug. Toch heeft de zomertijd veel voeten in de aarde gehad.

Discussie in 1924

Nederland voert in 1918 naar Engels voorbeeld de zomertijd in om kolen te besparen. In 1924 gaat de Commissie Zomertijd na of de zomertijd moet blijven. Willem Drees als stedelijk afgevaardigde is voor. De landbouwsector heeft grote bezwaren en de geraadpleegde katholieken vinden dat het uur langer licht leidt tot zedeloosheid onder jongeren. De Commissie trekt zich daar niets van aan, dan moet de jeugd maar meer gecontroleerd worden en raadt de minister aan om de zomertijd te handhaven.

Herinvoering

In 1945 wordt de zomertijd afgeschaft maar in 1946 klinkt de roep om herinvoering luid en duidelijk vanwege de zorgelijke kolenpositie. Maar ook nu is het ministerie van Landbouw mordicus tegen.  De landarbeiders zullen een uur langer moeten doorwerken om het werk af te krijgen. Men vreest dat ze liever in de industrie werken. Als ze werken volgens de zomertijd, moeten ze te vroeg in het veld, alles is nog nat van de dauw en door het te vroeg melken van de koeien kan de melkproductie nadelig worden beïnvloed.
De Landbouwsector wint en de herinvoering gaat niet door.

Meer vrije tijd

In 1966 pleiten de vereniging Euroklok en de Juniorkamer voor de zomertijd. Energiebesparing is niet langer het motief maar de verwachte voordelen voor de recreatie en het toerisme. Volgens de regering kan ”Nederland als klein land kan zich geen eenzijdig optreden veroorloven”. De zomertijd blijft uit.

‘s Avonds  langer licht

In 1977 is het argument van energiebesparing door de energiecrisis van 1973 weer valide. Ook al menen de Sociaal Economische raad en een speciaal ingestelde zomertijdcommissie dat het weinig zal opleveren, de zomertijd is weer een feit. In elk geval tot 2008. Enkele lidstaten van de Europese Unie willen af van de zomertijd en hopen de discussie weer te heropenen...

Bronnen

Nationaal Archief Commissie Zomertijd 1924 Commissie tot Onderzoek van de voor- en nadelen, aan de Zomertijd verbonden, toegangsnr. 2.04.40.03

Archieven van het Ministerie voor AOK en van AZ, Kabinet van de Minister-president (KMP)  1924 (1942-1979)1989, toegangsnr. 2.03.01,
inv.nr. 10619, 1929

Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in