Was getekend: Rembrandt van Rijn
Den Haag
Geen Nederlands kunstenaar wordt zo groots herdacht als Rembrandt (1606-1669). De Verdieping van Nederland, de gezamenlijke tentoonstellingsruimte van het Nationaal Archief en de Koninklijke Bibliotheek, belicht met enkele documenten onder meer het financiële leven van Rembrandt.
Gat in zijn hand
Al tijdens zijn leven werd Rembrandts werk zeer gewaardeerd en werd hij ook goed betaald. Desalniettemin slaagde de kunstenaar erin om failliet te gaan! Dit had hij voornamelijk aan zichzelf te danken; hij stopte het ene gat met het andere en kreeg steeds meer schuldeisers achter zich aan. Toen hij in 1639 een huis in de St. Antoniebreestraat in Amsterdam kocht, betaalde hij slechts een derde van de koopsom van 13.000 gulden. En ondertussen gaf hij veel geld uit aan zijn kunstverzameling waarvoor hij nieuwe schulden maakte, die hij niet afbetaalde. Bovendien kreeg hij in de jaren ’50 van zijn leven minder portretopdrachten dan de jaren daarvoor.
Failliet
Rembrandts schulden waren in 1656 zo groot geworden dat hij de Hoge Raad van Holland en Zeeland een verzoekschrift schreef om zijn bezittingen te mogen overdragen aan de Desolate Boedelkamer in het Amsterdamse stadhuis. Feitelijk vroeg hij hiermee zijn faillissement aan. Op die manier bleef hij uit handen van de schuldeisers. Op 8 augustus 1656 verklaarde de Hoge Raad de kunstenaar officieel failliet. Het zou vervolgens tot 1658 duren voordat zijn laatste bezittingen waren verkocht. Zijn huis (het tegenwoordige Rembrandthuis) leverde slechts 11.000 gulden op. De aanvraag voor het faillissement van Rembrandt is te zien in de Verdieping van Nederland.
Schilderen zonder geld
Omdat Rembrandt zich failliet had laten verklaren, bedacht hij een andere manier om zijn zaak voort te zetten. In 1660 begon zijn vrouw Hendrickje Stoffels (1626-1663) samen met Rembrandts’ zoon Titus een kunsthandel die ze de vorm gaven van een vennootschap. Vader Rembrandt kwam bij deze firma ‘gewoon’ in dienst.
Nieuwe problemen
Met de dood van Hendrickje op 24 juli 1663, had de kunstenaar opnieuw een zakelijk probleem. Titus was namelijk met zijn 23 jaar minderjarig (dat werd je pas met 24 jaar) en daarom handelingsonbekwaam: hij mocht het vennootschap niet langer leiden. Rembrandts kunsthandel zou alsnog verdwijnen als er niet snel wat gebeurde.
Titus brengt redding
Zover zou het niet komen. In het archief van de Staten van Holland en West-Friesland zit een verzoek van Titus, mede ondertekend door zijn vader, om versneld meerderjarig te worden verklaard. Daartoe vraagt het bestuurscollege om aanbevelingsbrieven uit Amsterdam die aantonen dat hij zich heeft bewezen als goed koopman. Titus kan gelukkig het gunstige oordeel van drie kooplieden overleggen. Op 19 juni 1665 wordt Titus meerderjarig verklaard en zijn Rembrandts zaken definitief veiliggesteld.
Bronnen
Archief Hoge Raad van Holland en Zeeland, 1582-1797, 3.03.02, inv.nr. 60
Aanvraag voor faillissement Rembrandt van Rijn (1656).
Archief Staten van Holland en West-Friesland, 1572-1795, 3.01.04.01, inv.nr. 2089
Verzoek van Titus van Rijn voor een meerderjarigheidsverklaring (1665) met uittreksel uit het doopregister.
De Verdieping van Nederland
Deze en andere stukken van Rembrandt zijn van 17 juli tot en met 2 oktober te zien in de Verdieping van Nederland, de tentoonstellingsruimte van het Nationaal Archief en de Koninklijke Bibliotheek. Gratis toegankelijk, 7 dagen per week, gelegen achter station Den Haag Centraal, ingang Nationaal Archief of Koninklijke Bibliotheek.
www.deverdiepingvannederland.nl

