gahetNA in het Nationaal Archief

Nederlandse inzet bij D-Day


Den Haag

Zondag 6 juni is het zestig jaar gelden dat de geallieerde invasie begon onder de codenaam 'Operatie Overlord'. Decision-Day wordt ook door Nederland herdacht. Niet alleen omdat we onze bevrijding aan de geallieerden te danken hebben maar ook omdat Nederland zelf een kleine rol speelde bij de invasie. Een elftal Nederlandse veteranen krijgt om die reden de Franse onderscheiding Chevalier de la Légion d'Honneur.

Te land

Koningin Beatrix is op 6 juni in Pont-Audemer te vinden. De plaats die door de onderscheiden Nederlanders is bevrijd. De veteranen maken deel uit van de Prinses Irenebrigade. De brigade is op 11 januari 1941 opgericht om als Nederlandse strijdkracht een rol te spelen in de strijd tegen de Duitsers.
Het blijkt niet eenvoudig om een volwaardige brigade op poten te zetten; de onderbezetting blijft steeds een zwak punt. Met 150 toegevoegde mariniers trekt de Prinses Irenebrigade uiteindelijk ten strijde. Niet op 6 juni 1944 maar later, op 7 augustus landt de brigade in Normandië. De brigade levert een kleine maar niet onverdienstelijke bijdrage aan de invasie.

Ter zee

Niet alleen de Nederlandse landmacht doet mee met de invasie. De Nederlandse kanonneerboot Hr. Ms. Flores is zo actief dat ze tegen de avond al haar munitie verschoten heeft. De Flores weet de bemanning van drie bunkers bij Arromanches uit te schakelen. Ook de kanonneerboot Soemba weet van wanten. Door hun uitstekende inzet tijdens D-Day geven de Engelsen hen de bijnaam 'The Terrible Twins'.

En in de lucht

Ook de luchtmacht is vertegenwoordigd met Spitfires, jachtvliegtuigen. Nederlandse Spitfires zijn net als de marine actief op D-Day zelf. Het Nederlandse 320 squadron voert luchtoperaties uit tegen Duitse troepen in Frankrijk. De Spitfires zijn nieuw en gekocht met ingezameld geld. Nederlanders in den vreemde willen graag dat een Nederlandse luchtmacht wordt opgebouwd om zelf een aandeel te kunnen hebben in de bevrijding van het vaderland. Dit idee ontstaat al vroeg in de oorlog.
Prins Bernhard neemt samen met managers van Shell en Unilever het initiatief om geld in te zamelen voor oorlogsmaterieel.

Spitfirefonds

In augustus 1940 is het Prins Bernhard Spitfire Fonds een feit. De Nederlandse regering is niet betrokken bij de oprichting. Prins Bernhard krijgt de bevoegdheid te beslissen over de besteding van het geld.
Door donaties uit Nederlands-Indië, Curaçao (werknemers van Shell staan zelfs 5-10% van hun maandsalaris af) en andere landen weet het fonds gedurende de oorlog 20 miljoen gulden te vergaren.
Een deel van het geld gaat naar de Nederlandse regering die er 14 bommenwerpers, 3 motortorpedoboten, 1 torpedojager en 1 hospitaalvliegtuig van koopt. Daarnaast wordt wat geld gebruikt voor de opleiding van Nederlandse vliegers in de VS. Koningin Wilhelmina krijgt voor haar verjaardag in 1942 de torpedojager 'Jan van Galen' als nationaal geschenk.
Het meeste geld gaat naar de Engelse regering voor de aankoop van 100 Spitfires, 18 bommenwerpers, 3 Beaufighters, 6 tanks en 14 Brenngun Carriers.


Van oorlogsfonds naar cultuurfonds

Na de oorlog richt het Spitfirefonds zich op de wederopbouw. Uiteindelijk ontwikkelt het fonds zich tot het huidige Prins Bernhard Cultuurfonds. Dit fonds heeft op dit moment 16 miljoen euro per jaar te vergeven aan culturele doelen.

Bronnen en literatuur

 

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in