gahetNA in het Nationaal Archief

Zwijgen tot in het graf


Den Haag

Nederland haalt opgelucht adem nu Volkert van der G. heeft besloten om een verklaring af te leggen. De verwachting is dat hij zal bekennen Pim Fortuyn te hebben vermoord. Zes maanden lang zijn velen bang geweest dat de verdachte zou zwijgen tot in het graf. Dat daardoor onbekend zou blijven wat Van der G. tot zijn vermeende misdrijf heeft gebracht. Het is nog maar driekwart eeuw geleden dat Nederlandse verdachten verplicht waren om zich uit te spreken in de rechtszaal. Het was aan de rechter om hen zo ver te krijgen.

Pijnbank

Tot 1795 is de verdachte verplicht om op de vragen van de rechters antwoord te geven. Voor de veroordeling in sommige zware misdrijven, zoals bij moord, doodslag en verkrachting, is het zelfs voorgeschreven dat de verdachte bekent. Zonder bekentenis in dit soort 'halsmisdrijven' kan de verdachte eigenlijk niet tot de doodstraf worden veroordeeld. Heeft hij eenmaal bekend dan is daarmee de zaak bekeken: een hoger beroep is verder niet mogelijk. Om zo'n bekentenis los te krijgen, mag de rechter beslissen dat de verdachte op de pijnbank wordt 'verhoord'.

Getuigen

Bij de Staatsregeling van 1798 wordt de pijnbank afgeschaft, maar de verdachte blijft verplicht om antwoord te geven op de vragen van de rechters. De rechter moet dan zelf maar zien hoe hij de verdachte overhaalt om te antwoorden.  Er verandert nog iets: voor het opleggen van bijvoorbeeld zware straffen is een bekentenis niet meer nodig. De verdachte kan ook op getuigenbewijs naar het schavot worden gestuurd.

Zwijgrecht

Deze situatie blijft lang voortbestaan. Ook het splinternieuwe Wetboek van Strafvordering van 1838 bevat nog steeds de bepaling dat de verdachte verplicht is om zich uitspreken over zijn vermeende daad. Het duurt bijna een volle eeuw voordat hierin wat verandert. Pas in 1926 komt er in het nieuwe Wetboek van Strafvordering te staan dat de verdachte het recht heeft om te zwijgen. De gedachte daarbij is dat de verdachte niet aan zijn eigen veroordeling hoeft mee te werken. Om er zeker van te zijn dat de verdachte zijn rechten kent, stond er in het wetboek dat de politie en de rechter-commissaris verplicht zijn om hem of haar daarop te wijzen. Dit gebeurt bij het opmaken van proces-verbaal en de voorgeleiding.

De plicht van de rechter

Als eind jaren '30 de spanning tussen de Europese landen toeneemt, probeert de toenmalige minister van Justitie het zwijgrecht uit het Wetboek te laten schrappen. De Tweede Kamer wijst zijn voorstel in 1937 van de hand.  Wel schrapt het parlement de wettelijke verplichting om de verdachte in te lichten over zijn zwijgrecht. Het duurt tot 1973 tot de wetgever deze verplichting weer laat opnemen in de wet. Daar komt nog iets bij: ook de rechter heeft voortaan de plicht om de verdachte te wijzen op zijn recht om te zwijgen. Dat gebeurt tot op de dag van vandaag keurig aan bij het begin van de zitting.

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in