gahetNA in het Nationaal Archief

Nederland en de doodstraf: een terugblik


Den Haag

Demissionair minister Nawijn van Vreemdelingenzaken en Integratie pleit voor de herinvoering van de doodstraf. Die zou de rechter mogen opleggen aan 'iemand die bewust mensen van het leven berooft, zonder enige reden', aldus Nawijn. Nederland kent de doodstraf niet meer sinds 1870. Toen is hij uit het gewone strafrecht geschrapt. In 1943 voert Nederland de doodstraf voor korte tijd toch weer in. Het is de zwaarste straf die gerechtshoven voor 'Bijzondere Rechtspleging' kunnen opleggen aan oorlogsmisdadigers. Een geschiedenis van de doodstraf door de eeuwen heen.

Het vorstelijke pardon

Het oude Germaanse recht dat in de vroege Middeleeuwen in de Nederlanden geldt, kent de doodstraf. De misdadiger kan zijn straf in veel gevallen ontlopen doordat er een geldelijke schikking wordt getroffen met de naaste familie of vrienden. Pas als het Romeinse en Canonieke recht wordt ingevoerd in de veertiende eeuw, wordt het strafstelsel langzamerhand strenger. Voor moord, doodslag, verkrachting, diefstal en valsemunterij kan de burger de doodstraf krijgen. Slechts door een pardon van de vorst kan de beschuldigde aan de doodstraf ontkomen. Het spreekt vanzelf dat de vorst met het verlenen van pardon niet erg scheutig was. Meestal moet daar een bijzondere aanleiding voor zijn, bijvoorbeeld als de vorst net een oorlog heeft gewonnen. De rechter kiest uiteindelijk hoe de verdachte aan zijn eind komt. Wie meermaals heeft gestolen wordt zonder meer opgehangen. Ketters worden verbrand. Op andere misdrijven staat vierendelen en valsmunters werden gekookt in een ketel gevuld met olie. Wie van adel is of anderszins een hoge positie bekleedt, kan nog wel aan de schandelijke ophanging ontkomen door te kiezen voor onthoofding.

Code Pénal

Ten tijde van de Republiek der Verenigde Nederlanden -vanaf het einde van de zestiende eeuw- vereenvoudigt dit stelsel min of meer vanzelf. De nadruk komt te liggen op ophanging en onthoofding. Pas begin 1809 wordt het eerste wetboek van strafrecht, dat echt van Nederlandse bodem is, ingevoerd: 'Het Crimineel Wetboek voor het Koningrijk Holland'. Ook dit wetboek kent verschillende vormen van doodstraf, namelijk de strop of het zwaard. Als Nederland twee jaar later bij het Franse Keizerrijk van Napoleon gaat horen worden hier ook de Franse wetten en reglementen ingevoerd. Voor het strafrecht was dit de 'Code Pénal'. Voor een aantal zware delicten als moord, brandstichting en muntmisdrijven schrijft dit wetboek de doodstraf dwingend voor. Dat wil zeggen dat de rechter geen andere keus heeft dan de doodstraf als het delict bewezen is.

Afschaffing

In 1815 gaan de noordelijke en de zuidelijke Nederlanden samen verder als Koninkrijk der Nederlanden. Noord en Zuid denken over veel zaken nogal verschillend, waaronder het strafrecht. Daardoor kan het gebeuren dat diverse pogingen om een Nederlands Wetboek van Strafrecht in te voeren mislukken. De 'tijdelijke' handhaving van de Code Pénal duurt daardoor tot 1886. De doodstraf blijft bij dit alles gehandhaafd. Wel veranderen de inzichten over de doodstraf langzamerhand. Hierdoor wordt de doodstraf nog wel opgelegd maar steeds minder vaak ten uitvoer gelegd. In 1854 wordt het aantal misdrijven waarvoor de doodstraf kan worden opgelegd bij wet sterk ingekrompen. Na 1860 verleent de koning altijd gratie. Dit alles leidt ertoe dat de doodstraf in 1870 uit het gewone strafrecht wordt geschrapt. Wel blijft de doodstraf gehandhaafd in het militair strafrecht in tijd van oorlog.

Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging

Dat dit niet altijd zo hoefde te blijven blijkt al bij de behandeling van het nieuwe Wetboek van Strafrecht in de Tweede Kamer in 1879. De voorstanders van de doodstraf bepleiten dan herinvoering. Een redevoering van de minister van justitie, waarin hij alle nadelen van de doodstraf nog eens op een rijtje zet, heeft dit kunnen voorkomen. In 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog is de doodstraf nog voor korte tijd ingevoerd én ten uitvoer gelegd. Gerechtshoven en de raad van Cassatie kunnen volgens de 'Bijzondere Rechtspleging' de doodstraf uitspreken en ten uitvoer laten leggen. De tastbare weerslag van deze periode is terug te vinden in het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging dat het Nationaal Archief beheert. Na de oorlog wordt de doodstraf opnieuw afgeschaft. Uiteindelijk wordt in 1983 in de Grondwet bepaald: de doodstraf kan niet worden opgelegd (artikel 114). In 1990 schrapt men de laatste vermeldingen van de doodstraf. Twee wetten regelen dat de doodstraf ook uit het militaire en het oorlogsstrafrecht verdwijnen. Sinds dat jaar kent Nederland de doodstraf -ook op papier- in geen enkele vorm meer

Onderzoek doen

Wie onderzoek wil doen naar doodstraffen vindt daarvoor bronnen in de rechterlijke archieven die door het Nationaal Archief worden beheerd. Te denken valt daarbij onder andere aan: de gerechten van Schout en Schepenen en Baljuw en Mannen, het Hof van Holland en de Krijgsraden (voor 1811). Na de inlijving bij Frankrijk (1811) zijn de meeste gevallen van doodstraf te vinden in de Assisenhoven (1811-1838) en de Krijgsraden. Na 1838 zijn vonnissen waarbij doodstraffen zijn opgelegd te vinden in de archieven van de Arrondissementsrechtbanken en de Gerechtshoven en verder natuurlijk als steeds in de archieven van de Krijgsraden. Over de afschaffing van de doodstraf en de pogingen om deze straf weer ingevoerd te krijgen is natuurlijk van allerlei te vinden in de archieven van de Tweede en Eerste Kamer en van de betrokken Ministeries. Ook deze archieven kunnen worden ingezien in het Nationaal Archief. 

Reacties

Nieuwe reactie inzenden
Velden gemarkeerd met een sterretje (*) zijn verplicht
De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <p> <a> <em> <strong> <br> <abbr>
  • Zet HTML-elementen in hoofdletters om naar kleine letters.
Uitgebreid
Zoek in collecties
Zoek in